Voederadvies


De voederbehoeften van een paard zijn afhankelijk van het verbruik. Daarom zullen lacterende merries, jonge paarden, sportpaarden en recreatiepaarden andere voederbehoeftes hebben. 
Wij hebben voor u wat advies voor elk type paard.
Wij hebben voor u wat advies voor elk type paard.

Veulens

Hoe voeder ik mijn veulen?

Het veulen wordt geboren zonder eigen verdediging tegen ziektekiemen. Door het opnemen van de biestmelk (ook colostrum), krijgt het veulen de eerste afweer tegen deze ziektekiemen in het lichaam. Deze biestmelk bevat immers antilichamen van de moeder afkomstig. Indien de merrie te veel biest verliest voor het veulenen is het best deze op te vangen en na de geboorte aan het veulen te geven. Indien niet zal het veulen veel gevoeliger zijn voor ziektes.
Het is ook belangrijk dat het veulen op zo jong mogelijke leeftijd krachtvoeder begint te eten. Dit gebeurt best met een aangepast voer dat gemakkelijk opgenomen wordt. Lannoo heeft een zeer smakelijke Lannoo Breeding die aan de merrie wordt gegeven en waarvan het veulen snel gaat mee-eten. Je kan ook apart voer verstrekken in een veulenbakje. Hiervoor is de Lannoo Breeding Start uitermate geschikt. Deze mengelingen bevatten weinig korrel om de opname te bevorderen.
Na het spenen moet het veulen zeker iets extra hebben aan het krachtvoer.
Dikwijls zien we dat de veulens na het spenen veel gewicht verliezen. Daarom moet het voer zeer smakelijk zijn, melkproducten bevatten, soja bevatten (zeer rijk aan aminozuren) en uiterst goed verteerbaar zijn (door gebruik van gevlokte granen). Het ideale voer in deze periode na het spenen is de Lannoo Breeding Start. Door dit voer zal het veulen zijn verteringsstelsel beter ontwikkelen, het veulen zal sterker blijven bij het spenen en zal geen last krijgen van speendiarree. De voorsprong die je een veulen geeft met dit voeder, zal het blijven behouden.
Op een leeftijd van 2 maanden dient het veulen voor het eerst ontwormd te worden. 

Verder moeten de veulens hoog energetisch voeder krijgen met voldoende eiwitten om te groeien (Lannoo Breeding Junior). Let wel dat ze zeker niet te vet mogen worden. Dit zorgt enkel voor een extra belasting voor de niet volledig ontwikkelde beenderen en gewrichten.

Fokmerries

De onderhoudsbehoefte bestaat uit het in stand houden van de essentiële lichaamsfuncties en wat nodig is voor de vertering, voederopname, rechtstaan en lichaamsbeweging. Deze onderhoudsbehoefte wordt beïnvloed door het ras van het paard, het geslacht en het temperament. Zo hebben hengsten een 10-20 % hogere onderhoudsbehoefte dan merries en ruinen. 


De onderhoudsbehoefte hangt af van het lichaamsgewicht van het paard.

Lichaamsgewicht (kg) VEP VRE
100 kg

1230

95
200 kg
2070
160
300 kg
2810
215
400 kg
3490
270
500 kg
4120
320
600 kg
4730
360
700 kg
5300
400
800 kg
5870
450
De paardenhouder dient het lichaamsgewicht van het paard te schatten om de behoefte te kunnen berekenen. Hiervoor bestaan verschillende formules waarbij de schofthoogte (SH) en borstomtrek (BO) van het paard gekend dienen te zijn.
Fokmerries: gewicht = 5,2 x BO + 2,6 x SH – 855 (+- 25 kg)
Jonge paarden: gewicht = 4,5 x BO– 370 (+- 23 kg)
Rijpaarden: gewicht = 4,3 x BO + 3,0 x SH – 785 (+- 26 kg)
Zware paarden: gewicht = 7,0 x BO – 800 (+- 27 kg)

Voorbeeld: een merrie van 7 jaar (rijpaard) met een borstomtrek van 180cm en een schofthoogte van 168 cm
Gewicht = 4,3 x 180 + 3,0 x 168 – 785 = 493 kg



Je kan ook een gemakkelijkere formule gebruiken voor de schatting van het lichaamsgewicht:
Gewicht (in kg) = (Borstomvang in cm)² x (lichaamslengte in cm) 11,900
De lengte wordt gemeten vanaf borstbeen tot zitbeenknobbel
Vb: borstomvang 168 cm – lengte 212 cm
(168)² x 212 / 11,9 = 502 kg (afgerond)

Toeslag bij dracht
Enkel in de laatste vier maanden van de dracht dient de volle merrie een voedingstoeslag in VEP te krijgen. Het veulen neemt dan een groot gedeelte van de opgenomen energie tot zich. Deze staat in volgende tabel uitgelegd en is afhankelijk van het gewicht van de merrie.
  8 mnd dracht 9 mnd dracht 10 mnd dracht 11 mnd dracht
100 kg

50

105
140
200
200 kg
105
210
285
405
300 kg
155
310
425
605
400 kg
210
415
570
805
500 kg
260
520
710
1005
600 kg
315
625
855
1210
700 kg
365
725
995
1410
800 kg
420
830
1140
1610
Toeslag bij lactatie
Volgende tabel geeft weer welke toeslag aan VEP een lacterende merrie nodig heeft naargelang het gewicht van de merrie en de maand van lactatie. Een lacterende merrie geeft immers een groot gedeelte van haar energie weg via de geproduceerde melk.
  1ste maand 2de+3de maand 4de+5de maand
100 kg
960
970
790
200 kg
1920
1940
1580
300 kg
2400
2500
1980
400 kg
3200
3320
2640
500 kg
4000
4170
3300
600 kg
4800
5000
3960
700 kg
5600
5830
4620
800 kg
6400
6660
5280
Deze toeslag is nodig omdat de merrie meer kg melk produceert bij het ouder worden van het veulen en daarna terug minder. In de eerste maand wordt ongeveer 12,5 kg melk per dag geproduceerd door een merrie van 500 kg in de tweede en de derde maand is dit 15 kg. In de vierde en de vijfde maand is dit terug 12,5 kg per dag. De melk verandert ook van samenstelling naarmate het veulen ouder wordt.

Tabel: Behoefte aan VEP en VRE per dier per dag voor onderhoud en voor drachtige en melkgevende merries

Gewicht
Onderhoud
Toeslag voor dracht
Toeslag voor lactatie
Mnd 9
Mnd 10
Mnd 11
Mnd 2/3
Mnd 4/5
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
200
2070 160 210 50 285 65 405 100 1940 310 1580 240
300
2810 215 310 75 425 100 605 150 2500 395 1980 300
400
3490 270 415 100 570 130 805 200 3320 530 2640 400
500
4120 315 520 125 710 165 1005 250 4170 660 3300 500
600
4730 365 625 155 855 195 1210 300 5000 790 3960 600
700
5310 410 725 180 995 230 1410 350 5830 925 4620 700
800
5870 450 830 205 1140 260 1610 400 6660 1055 5280 800
Rantsoenberekening: voorbeeld

een fokmerrie in de derde maand van de lactatie met een lichaamsgewicht van 570 kg
Behoefte: VEP onderhoud: 4120 + (4730-4120) x 0,7 = 4547
Toeslag voor lactatie: 4170 + (5000-4170) x 0,7 = 4751
Totaal = 9298 VEP

VRE Onderhoud: 320 + (360 – 320) x 0,7 = 348
Toeslag voor lactatie: 660 + (790 – 660) x 0,7 = 751
Totaal = 1099 VRE
Rantsoen: weidegras (130 VEP; 24 VRE) en Lannoo Breeding (850 VEP; 95 VRE)

33 kg gras: 4290 VEP; 792 VRE
6 kg krachtvoer: 5100 VEP; 570 VRE
Totaal: 9390 VEP; 1362 VRE

Totaal aantal kg DS dat een paard maximum kan opnemen per dag 2,2 x lichaamsgewicht/ 100 = 12,5 kg

33 kg gras x 16 % DS = 5,28 kg
6 kg krachtvoer x 88 % DS = 5, 28 kg
Totaal = 10,56 kg

Samenvatting: Een fokmerrie heeft drie stadia die ze doorloopt per jaar (normaal, hoogdrachtig en lacterend).
Vanaf het veulen gespeend is tot 3 maanden voor het veulen hoeft het voer enkel de onderhoudsbehoefte te dekken. Deze is afhankelijk van het lichaamsgewicht van de merrie. Om deze onderhoudsbehoefte te dekken, heeft het paard voldoende aan een rantsoen van ruwvoeder aangevuld met Lannoo Basic of Active. Het verschil in deze mengelingen is dat de Active meer energie en vitaminen bevat dan de Basic zodat de behoeften van het paard kunnen gedekt worden met minder kilo’s Active dan Basic.
Bij hoogdrachtigheid (laatste 4 maanden van de dracht) wordt er door de merrie meer energie gestoken in de vrucht en het begin van de melkproductie. Hiervoor is er ook meer energie en eiwit vanuit de voeding nodig. Er is vooral meer behoefte aan hoogwaardige eiwitten, calcium, fosfor, vitamine A en vitamine D3. In deze periode is het belangrijk dat de tanden van de merrie worden nagekeken. Ze moet immers in staat zijn om grote hoeveelheden voeder op te nemen. De merrie dient ontwormd te worden en gevaccineerd door de dierenarts. De antilichamen die de merrie aanmaakt, zullen ook terug te vinden zijn in de biestmelk waardoor het veulen beter beschermd is tegen ziektes. Indien de merrie de laatste maand op dezelfde stalplaats staat, zal ze antilichaampjes aanmaken tegen de ziektekiemen die daar aanwezig zijn. Het veulen is dan best beschermd tegen ziektekiemen in zijn/haar omgeving.
Om er zeker van te zijn dat uw merrie tijdens deze periode voldoende voedingsstoffen, vitamines en mineralen tot zich neemt, is het aan te raden een rantsoen te geven van ruwvoeders aangevuld met Lannoo Breeding.
Vlak na de geboorte is het belangrijk dat de nageboorte snel genoeg van de merrie komt. Dit om hoefbevangenheid te voorkomen. De lacterende merrie steekt een groot gedeelte van haar energie in het produceren van melk. Hiermee verliest de merrie ook een gedeelte aan eiwitten, vitamines en mineralen. Het belangrijkste is dat de eiwitten die verstrekt worden van zeer goede kwaliteit zijn en dat er voldoende calcium, fosfor en vitamine A en D3 opgenomen wordt. De samenstelling van de melk hangt af van de voeding. Er is voldoende krachtvoeder nodig in het rantsoen om melk van goede kwaliteit te krijgen. Het is nodig minimum 4 kg hooi per dag te verstrekken. Tijdens dit stadium wordt de merrie meestal ook terug gedekt. Om een betere vruchtbaarheid te bekomen kan een surplus ?-caroteen en voldoende vitamine A voorzien worden. Belangrijk is in deze periode ook dat de merrie over voldoende conditie beschikt, maar zeker niet te vet is. De behoeften van de merrie in dit stadium kunnen gedekt worden met het voederen van Lannoo Breeding.

Jonge paarden

Om een schatting van het lichaamsgewicht van uw jong paard te kunnen maken, hebt u volgende tabel nodig. Hierin kan u het gewicht aflezen dat het paard ongeveer heeft bij een bepaalde leeftijd in functie van het volwassen gewicht.

volw
3mnd
6mnd
9mnd
12mnd
15mnd
18mnd
21mnd
24mnd
27mnd
30mnd
33mnd
36mnd
100
10
30
47
67
75
82
86
89
92
94
96
97
200
20
60
94
134
150
164
171
178
183
188
191
194
300
30
90
141
201
225
246
257
267
275
282
287
291
400
40
120
188
268
300
328
342
356
366
376
382
388
500
50
150
235
335
375
410
428
445
458
470
478
485
600
60
180
282
402
450
492
513
534
549
564
573
582
700
70
210
329
469
525
574
599
623
641
658
669
679
800
80
240
376
539
600
656
684
712
732
752
764
776

Tabel: behoefte aan VEP en VRE bij jonge paarden per dag.
In deze tabel kunt u aflezen welke behoefte aan energie en verteerbaar ruw eiwit een jong paard heeft op een bepaalde leeftijd in functie van het volwassen gewicht.

3mnd
6mnd
12mnd
24mnd
36mnd
Gewicht
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
VEP
VRE
200
1650
275
1950
235
2100
195
2200
170
2250
170
400
300
525
3450
435
3700
350
3750
295
3850
285
600
4250
770
4850
625
5100
495
5100
405
5200
390
800
5450
1010
6150
810
6450
635
6400
510
6500
485

Jonge paarden hebben hoogwaardige eiwitten nodig als bouwstenen om te groeien. Hoogwaardige eiwitten zijn eiwitten met veel essentiële aminozuren. Hieruit zijn eiwitten opgebouwd. Bepaalde aminozuren kan het paard zelf aanmaken. Essentiële aminozuren niet. Deze dienen via de voeding opgenomen te worden. Deze hoogwaardige eiwitten vinden we terug in bepaalde grondstoffen (soja, lijnzaad, melkpoeder, …). Deze grondstoffen zijn de belangrijkste grondstoffen in de Breeding Junior van Lannoo. Verder bevat deze mengeling alle vitaminen en mineralen die een jong paard nodig heeft. Zeer belangrijk voor jonge paarden is dat ze veel buiten lopen. Ze moeten voor hun ontwikkeling veel beweging hebben.

Recreatie

Een paard dat in training is, verbruikt uiteraard meer energie dan een paard dat amper moet werken. Daarom moet een paard dat in training is ook meer energie opnemen via de voeding.
In deze tabel vindt u de toeslag aan VEP en VRE die boven op de onderhoudsbehoefte dient gegeven te worden. Deze staat uitgedrukt per arbeidsdag en per uur arbeid.

 
Gewicht van paard en ruiter
Paard 400 kg, ruiter 60 kg
Paard 600 kg, ruiter 80 kg
VEP
VRE
VEP
VRE
Toeslag per dag arbeid
180
15
240
20
Stappen
410
30
610
45
Lichte arbeid
760
60
1120
85
Matige arbeid
1220
95
1810
140
Zware arbeid
1580
120
2340
180
Zeer zware arbeid
3780
290
5580
430

Deze gegevens zijn natuurlijk slechts richtlijnen. Indien een paard in slechte conditie verkeert, de temperatuur extreem is, … begrijpt u zelf wel dat deze gegevens niet kloppen. Dan moet het gezond verstand van de paardenhouder werken. Het paard dient dan een extra toeslag te krijgen. Rantsoenberekening voorbeeld:

Een sportpaard (recreatief) dat matige arbeid verricht (een half uur per dag) met een lichaamsgewicht van 600 kg
Behoefte: VEP onderhoud: 4730 VEP
Toeslag voor Arbeid: ¼ licht, ½ matig ¼ licht: 732,5 VEP
Totaal = 5462,5 VEP

VRE Onderhoud: 360
Toeslag voor Arbeid: 56,25
Totaal = 416,25 VRE
Rantsoen: graskuil 1ste snede (335 VEP; 48 VRE) en Lannoo Active Plus (810 VEP; 75 VRE)

7 kg graskuil: 2345 VEP; 336 VRE
3,9 kg krachtvoer: 3159 VEP; 292,5 VRE
Totaal: 5504VEP; 628,5 VRE

Bij dit rantsoen ziet u een duidelijk eiwitoverschot. Dit overschot kan worden teruggedrongen door de voordroog te vervangen door hooi (hooi bevat immers minder eiwit t.o.v. energie dan voordroog) of door uw voordroog zelf zo te maken dat deze een minimaal gehalte aan eiwit heeft.
Indien u voor dit paard de Basic Plus van Lannoo gebruik i.p.v. de Active Plus, kan deze ook de behoeften invullen, maar gaat u hiervan meer kilo’s moeten gebruiken. Bij de Lannoo Sport is dit omgekeerd.

Sport

Bij sportpaarden is het principe hetzelfde dan bij de paarden die recreatief worden gebruikt. Het paard heeft een onderhoudsbehoefte en daarbovenop dient een toeslag voor arbeid gevoederd te worden. Deze toeslag zal groter zijn omdat de arbeid die het paard moet verrichten enerzijds langer zal duren en anderzijds intensiever zal zijn.
Sportpaarden hebben een krachtvoeder nodig dat hoger is in energie, maar dat geen te hoog eiwitgehalte bevat. Haver en tarwe hebben in dit krachtvoer een “heating effect”. D.w.z. dat de paarden frisser gaan staan en sneller op alles reageren.
De paardenhouder moet er op letten dat niet enkel de hoeveelheid arbeid de behoeftes verhoogt, maar ook de vaak aanwezige stress.

Voorbeeld
Een sportpaard verricht zware arbeid (1,2 en 3 uur per dag), lichaamsgewicht = 600 kg
Behoefte VEP:
  • onderhoud: 4730 VEP
  • Toeslag voor arbeid( ¼ licht, ¼ matig, ½ zwaar):
    1. 2010 VEP
    2. 4020 VEP
    3. 6030 VEP
  • Totaal: 1) 6740 VEP
  • Totaal: 2) 8750 VEP
  • Totaal: 3) 10760 VEP
Behoefte VRE:
  • Onderhoud: 360
  • Toeslag voor arbeid:
    1. 136,25
    2. 272,5
    3. 408,75
  • Totaal: 1) 496,25 VRE
  • Totaal: 2) 632,5 VRE
  • Totaal: 3) 768,75 VRE
Rantsoen: grashooi goede kwaliteit (547 VEP; 89 VRE) en Active Plus (810 VEP; 75 VRE)

8 kg grashooi: 4376 VEP; 712 VRE
1) 3 kg Active Plus: 2430 VEP; 225 VRE
2) 5,5 kg Active Plus: 4455 VEP; 412,5 VRE
3) 8 kg Active Plus: 6480 VEP; 600 VRE

Totaal:
1) 6806 VEP; 937 VRE
2) 8831 VEP; 1124,5 VRE
3) 10856 VEP; 1312 VRE (DS = 6,64 kg + 6,96 = 13,60 kg)

We zien hier twee problemen verschijnen. Enerzijds zien we een eiwitoverschot dat groter wordt naargelang de arbeid toeneemt en dus het aantal kg krachtvoer toeneemt en anderzijds zien we dat het paard in het laatste geval een te grote hoeveelheid voer dient op te nemen en dus waarschijnlijk moeilijk zal eten. Een paard van 600 kg kan slechts 2,2 x 6 kg DS opnemen = 13,2 kg.
Voor beide problemen ligt de oplossing voor de hand. In de plaats van de recreatiemengeling moet je aan deze paarden een geconcentreerdere mengeling geven. Een mengeling die ongeveer hetzelfde gehalte VRE heeft dan de Active Plus, maar met meer energie per kilo. Hierdoor moet je minder kilo’s geven (probleem 2 opgelost) waardoor ook minder eiwit wordt verstrekt (het eiwitgehalte per kilo blijf immers hetzelfde) en er wordt toch dezelfde energie verstrekt. Hiervoor komt onze Lannoo Sport in aanmerking bij zware trainingen. De sportmengeling bevat vrij veel haver (35%). Er zijn paarden die hierdoor te fris worden. Voor deze paarden heeft Lannoo de Sport Endurance gemaakt. Deze mengeling bevat veel energie, maar geen haver. Speciaal om naast voordroog te voederen heeft Lannoo een sportmengeling ontwikkeld die slechts 10% eiwit bevat. Deze mengeling is de Laag-eiwitmix.
Voor zeer zware trainingen heeft Lannoo een mengeling ontwikkeld nog hoger in energie, nl. de Lannoo Sport Plus. Voor deze doeleinden hebben wij ook nog enkele concentraten op de markt. Deze dienen naast zuivere granen gevoederd te worden. De Sport Corrector is een voedingsconcentraat dat naast 50% granen dient gevoederd te worden om het effect van de sport plus te bekomen. De High Digest is een concentraat dat zeer licht verteerbaar is voor paarden die gemakkelijk last hebben van leverproblemen.
Indien paarden veel moeten werken, heeft Lannoo nog een extraatje dat zeer goed is voor de recuperatie, nl. de Mash Herbs. De Mash Herbs is een uiterst licht verteerbaar product, dat naast de laxerende producten zoals getoast lijnzaad en zemelen ook voorzien is van elektrolyten en een kruidenmengsel. Doel: verbeterde bloedsomloop, eetlust en ademhaling.

Oude paarden

Oudere paarden hebben dikwijls last van hun tanden. Ze kunnen het voeder niet meer voldoende kauwen waardoor het minder goed verteerd wordt. Hierdoor is de Mash Herbs ook goed voor deze paarden. De Mash Herbs wordt bereid met warm water waardoor de opname gemakkelijk gebeurt en is zeer licht verteerbaar.
Ook de Lannoo Fibermix helpt oude paarden om de vertering te optimaliseren. De Fibermix is een mengeling samengesteld uit verschillende natuurlijke grondstoffen die zeer rijk zijn aan ruwe celstof, maar ook rijk aan vezels. Dit product bevat eveneens additieven die de vertering van zowel eiwit, zetmeel en suiker als ruwe celstof helpen te bevorderen, om zo een optimale darmwerking en darmflora te bekomen. Fibermix dient in kleine hoeveelheden (0,5 kg) onder het krachtvoer gemengd te worden.